Zachtroos dotje

Blogspot: Afscheid van een wens – Zachtroos dotje.

Ik heb een paar mannelijke collega’s die ik in het aflopen jaar heb verteld over mijn rugzak. Soms rustig en sereen, soms als een klein bommetje dat barst zomaar in het midden van een moment en plaats waar het geen plaats heeft. Ze gaan er super mee om, dat moet ik ze nageven. Altijd op hun hoede voor emoties die zomaar kunnen opspelen bij kinder-onderwerpen. Eén van hen werd gisteren peter. Van een mini zachtroos dotje. Zo stel ik me ze voor en zo is ze ongetwijfeld.

Het is zo ontzettend gek wat het met me doet. Het is ver weg en toch dichtbij. De laatste twee weken is het iets wat zo af en toe mijn pad kruist maar enkel als ik erachter vraag, zo attent is hij wel. Ik besef dat het niet evident is, mijn vragen. Want hoe doseer je spanning, vreugde en fluffy-ness bij iemand met een onvervulde biologische kinderwens?
Want hoewel ik zelf een dozijn roze vragen stel binnen 1 minuut mag het antwoord niet te zijn … het is op eieren lopen.

Er niet achter vragen kan ik niet, het is een soort van zelfpijniging. Iets wat ik precies moet doen. Op veilige afstand en mijn kans om er nog eens door te spartelen. Net onbereikbaar genoeg om niet rechtstreeks mijn pad te kruisen.
Aan de collega op mijn verdieping kan ik bv geen enkele vraag stellen over haar zwangerschap, nog niet hoop ik want dat zou wel heel ongepast zijn op termijn.
Maar zo via via aan de zijlijn meekijken dat is veiliger.

Het gevoel kan ik niet uitleggen. Dat het een meisje is maakt het extra pijnlijk. Ik droomde mijn hele jonge leven over een mini roos dotje.

Het doet me beseffen dat het nooit overgaat. De manier waarop is wel beter. Ik praat. Vraag hem honderduit, enkel dat wat ik wil weten natuurlijk, ik ben bv absoluut niet geïnteresseerd in bevallingen, daar weet ik echt helemaal niets van. Bewust. Over wat gebeurt in welke zwangerschapsmaand ook niet, zo ver ben ik nooit geraakt.
Ik kan het allemaal geen vorm geven eigenlijk. Ik kan het niet neerpennen. Ik weet alleen dat het heel gek is. Diep vanbinnen.
Roos en gek emotioneel.
Maar stilaan ook berustend, ik heb een soort van hartafwijking. Een gaatje dat nooit wordt gevuld, maar ik denk dat het er mag zijn bij mensen bij wie het veilig is.

Impact op relatie

Blogspot : Afscheid van een wens – impact op relatie.

Een terugblik naar mijn voorbereiding voor Dag van Kinderwensouders.
Impact op relatie en seksualiteit.
Na zelfbeeld de allerbelangrijkste voor mij. Of misschien gedeeld op 1, inherent verbonden.

Vandaag durf ik te zeggen dat ons hele verhaal als kinderwensouder ons dichter bij elkaar heeft gebracht en we een stevige basis hebben die zeer goed is getest doorheen de jaren.
Als je elkaar leert kennen en de liefde groots is, zit je vooral op die fijne onbezorgde wolk. Huisje tuintje bomen-dromen. Voor heel veel mensen vloeit die droom mooi door een een gerealiseerde droom. Geen rimpeling.
In een fertiliteitstraject word je letterlijk, maar vooral ook figuurlijk uitgekleed. Schaamteloos nemen ze je meest intieme samenzijn over.

Als man je sperma afleveren op commando in een vreselijk klein kamertje waar het doorgeefluik in je ogen priemt. Wachten in de wachtzaal tussen zwangere koppels, andere mannen. Je eigen vrouw stijf van de hormonen vol verwachting naast je. Wachten op het droge verdict of je sperma van goede kwaliteit is… No pressure…

Bij ons was dat nooit het probleem -we zijn een unexplained.

Als vrouw weer eens moeten worden onderzocht. Dokter of verpleegster zoveel in de rij. Schaamteloos in de gyneacoloogstoel. Je mag er niet bij nadenken. Gewoon doen. Komt er nog iemand binnen, join the club. Eigenlijk moet je afstand nemen van je lichaam daar. Dat hoorde ik ook bij collega panelleden. Daar moet je uit je verpakking treden.

Deze totaalimpact op je seksualiteit, je kijken naar elkaar, je meest intieme zijn dat doet wat met je als individu, als koppel, als minnaars.

Je moet dit alles een plaats geven en dan besef je dat je twee unieke personen bent die anders omgaan met de hoge druk, de teleurstelling, hoop en de zoveelste mokerslag. Je verwerkt anders per definitie, maar je moet altijd wel samen terug op je pad komen.

Je kruipt s avonds in je bed, elk met je verdriet. Soms de hoop dat je niet wordt aangeraakt, de verpakking althans. Getroost wil je worden, omarmd wil je worden, aanbeden niet, dat lichaam omhelzen, liefkozen no way.

Als man sta je machteloos aan de zijlijn. Oog voor jou is er minder zowel in het traject als erbuiten door je vrienden -als die er al bij betrokken worden- daarenboven zie je je vrouw op een rollercoaster van hormonen voor, tijdens en na de behandeling. En mag je haar niet of minder aanraken. Waar voor de man denk ik de troost ook in de seksualiteit zit, ligt daar voor de vrouw een groots verdriet. Je wil troosten, helpen, hoop geven maar woorden vinden, is moeilijk.
Soms barst de bom en roep je wel eens. “Waarom blijf je bij me, ik kan je toch niet geven wat je zo graag wil”, “Ik kan niet eens een kind dragen”, “Zoek maar iemand anders”, “Ik ben niets meer waard”. Of je wordt woest omdat je man praktisch ingesteld als ze zijn een ‘verkeerde’ ‘nuancerende’ opmerking geeft.

Blijven praten en een “andere” vorm van intimiteit zoeken is cruciaal. Intieme geborgenheid wordt de sleutel, het mogen blijven terugkomen zonder over de grens te gaan.

De mooiste intimiteit waar je samen van genoot, waarmee je kon lachen is bruusk van tafel geveegd.  Ik spreek voor mezelf als ik zeg dat dat heel erg moeilijk was. Mijn lichaam was veranderd in broedfabriek en kon zelfs dat niet afwerken. Het laatste wat ik wilde was kijken naar mijn lichaam, ervoor zorgen, het koesteren, het laten aanbidden, ervan genieten. Verpakking. Buiten mezelf.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik 10 jaar heb nodig gehad om terug in de spiegel te kunnen kijken en het te aanvaarden. Te zien en te begrijpen dat mijn man het al die jaren graag is blijven zien.

We zouden die druk nooit zijn doorgekomen zonder professioneel oor. Af en toe razen en violen gelijk stemmen, luisteren naar elkaar .

Door geduld en heel veel liefde zijn we altijd weer samen op ons pad gekomen. Hebben we ook dat adoptietraject nog eens onder de arm genomen en zijn we vandaag ouders van 2 prachtige kinderen, wij samen. Zijn we terug af en toe gekke pubers. En hebben we elkaar helemaal aanvaard zoals  we zijn met een lach en nog af en toe een traan.
Vandaag kijk ik terug en ben ik trots want ondanks dat die 10 jaar veel te lang waren misschien, zijn we ze doorgekomen en hebben ze ons sterker gemaakt.

https://afscheidvaneenwens.blogspot.com/2018/07/relatie.html

Mijn zelfbeeld

Blogspot : Afscheid van een wens – mijn zelfbeeld. 
Ik ben enig kind en ik herinner me dat ik van kleinsaf in de weer was met de kleine kindjes uit de buurt, en op sleeptouw nemen en moedertje spelen. Mijn kinderwens stond als een paal boven water. Toen ik mijn man leerde kennen, bleek dat hij een minstens zo grote kinderwens had als ik. Ik was jong, een vrolijke impulsieve dame, ambitieus en een bezige bij. Onze agenda was overvol en ik stortte me met 150% goesting in het plus-mama-zijn van mijn toen 4 jarige pluszoon. Ik organiseerde feestjes en knutselde, vertelde vele boeken, speelde spelletjes …  alles vol overgave.

Toen het zwanger worden niet zomaar bleek te lukken, sloop er een eerste schaduw binnen. Je wordt onzeker en als je anderen rondom je zwanger ziet worden verandert het enthousiasme van voorheen al snel in een wrang gevoel.

We leefden door maar soms hield ik mijn adem in van angst.
We zouden starten met onze inseminaties en gaven een soort van “samenzijn”-feest want trouwen zouden we niet meteen doen. Alles was goed zo. Het was aan de vooravond van onze kick-of in het traject. Wat wilde ik zo graag zwanger zijn, voor mezelf maar ook voor mijn man. Hoe je het ook draait of keert, je wil je partner hiervan besparen, je voelt je mislukt, niet compleet vrouw.

Het traject veranderde me. Ik werd stiller, ik bedacht me soms dat ik nooit meer kon schaterlachen, lachen tot tranen toe. Neen die tranen die vloeiden rijkelijk zomaar tussendoor. Ik kon niet aanvaarden dat ik dat ene ding wat ik en mijn man zo graag wilde niet kon realiseren.

Laat het los, zei iedereen. – ik zeg je het dat is het meest ***-ding wat je kan zeggen, geloof me je KAN dat niet loslaten-
Overal zijn kinderen, je tijd tikt, je hormonen komen en gaan en in het traject kan je niet buitenkomen zonder alarm (tot 3x/dag) voor 1 of ander hormoon te slikken of te spuiten. Of op te steken, ik herinner me die vettige brij – zetpilletjes die je moest opsteken na de terugplaatsing. Stiekem en stil in de toiletten van het werk bv. Geloof me dan voel je je heel klein als je alweer met je wekkertje naar daar moet sluipen.

Mijn lichaam was niet in staat een vruchtje te laten nestelen. Zwanger te worden. Het was het begin van een soort haatrelatie met mezelf en zeker met mijn lichaam. Ik gaf het basiszorg, keek niet meer in de spiegel en vond mezelf al zeker niet meer mooi.

Wist je dat zwangere vrouwen een aureool van geluk rond zich hebben, een gloed van roos en goud. Er is echt waar niets zo mooi als zo’n zomerkleedje met een geweldige bolle buik in. Geloof mij die vrouwen die geven licht van ver. Ik zie de beelden dansen voor mijn ogen, daar was ik zo jaloers op. En tot vandaag doet dat mijn pijn. Zo’n bolle buik die voor mij puur geluk uitstraalt.

Ik was niets.  Mijn vrouw-zijn was gekelderd. Zelfs als broedfabriek kon ik het niet waar maken. Vol hormonen, stijf van de emoties die gieren door je lijf. Je kan niet anders dan je af en toe opsluiten om jezelf te behoeden om geluk te veroordelen, lelijke dingen te zeggen tegen mensen die zomaar stralen. Die lachen en die genieten en niet zoals jijzelf lijkt stil te blijven staan, niet begrijpen dat jij en je dromen elke dag meer verwelken.

https://afscheidvaneenwens.blogspot.com/2018/06/zelfbeeld.html

Dat mooie lichaam…

Blogspot : Afscheid van een wens – dat mooie lichaam…

In het filmpje dat ik gisteren deelde, vrouwen met een missie, reportage met Shanti van Kinderwens Vlaanderen, vertelden vrouwen oa over het falen van zichzelf en de teleurstelling in zichzelf.

Ik vraag me oprecht af of de pijn en het verdriet daarvan ooit weggaat. Door te beginnen schrijven, door te luisteren naar anderen, door 40 te worden denk ik dat ik vandaag in de spiegel kan kijken en soms kan glimlachen naar mezelf. De shortjes die ik vandaag soms draag zijn korter dan die van 5 jaar geleden. Ik heb meer vrede met mezelf, voel een mini streepje liefde voor mijn eigen lichaam. Dat is een immens grote stap. Ik wil er nu ook best wel aan werken aan dat lichaam en dat kon ik een jaar geleden niet, dat was te dicht op mijn vel. Het was beter om te dik te zijn, niet aantrekkelijk.

Ok het lukt niet om zomaar zwanger te raken… dan haal je alles uit de kast. Bakken medicatie, hormonen, platte rust, niet tillen, niet lopen, acupunctuur, therapie, je hele leven draait om de hormonenkalender. alles loopt vlot. Mooie follikels, prima zwemmers, prachtig slijmvlies, benen hoog en terugplaatsen maar. Op kousenvoeten naar de auto, hobbels vermijden, rust thuis. Bij elk pijntje of ongemak denken dat het het innestelen moet zijn, tuurlijk wel, deze keer lukt het zeker.

Je wil voelen wat er niet is, je wil niet voelen welke richting verlies gaat

Thuis in de cocon wachten op de telefoon uit Leuven. In de namiddag kan je je dat voorstellen, terwijl je wakker ligt van voor dag en dauw.
Sorry mevrouw, het mocht niet zijn, sterkte.

Dat ik nooit ben gek geworden of kei hard weggelopen of iets kapot heb gegooid… god weet dat ik het nog steeds zou kunnen, de immense onmacht, de woede, het verdriet, de “het is niet eerlijk – is het wel juist – ben je zeker – waarschijnlijk zijn mijn hormonenwaarden laat – … Het zijn herinneringen die mijn keel dichtknijpen.

Je wordt elke keer minder vrouw. Elke keer breekt er iets.
Minder vrouw voor jezelf, boosheid of zelfs lichte haat stapelt zich op.

Maar dat mooie lichaam is niet alleen. Als partner lig je dan naast een vrouw met onwaarschijnlijk groot verdriet, vrouw in een verpakking die haar in de steek laat.

Nooit meer aantrekkelijk nooit meer “zie mij”, neen de vrouw en de verpakking. Patattenzak. Raak me niet aan want de verpakking is niets. Hoe kan je elkaar nog vinden beschadigd hart en gescheurde verpakking naast partner.

En toch… het moet liefde zijn om te blijven proberen, om te blijven knuffelen, om te blijven troosten, te wachten. Geduld. Om de lach te zoeken, net dat moment van ontspanning waarop het spontaan kan, niet op te schrikken als het eindigt in tranen. Graag blijven zien, blijven werken aan ons hertekend, …

Misschien moet ik het hem nog eens zeggen hoe chique ik het vind dat hij er nog is, dat hij de verpakking niet heeft omgeruild voor een andere, dat hij is blijven geloven in ons en in mij en dat hij wist dat ik en mijn lichaam ooit weer samen geplakt zouden raken.

Misschien moet ik hem eens vragen hoe hij het zich herinnert, die telefoontjes uit Leuven, thuiskomen en mij troosten. Altijd weer moed putten. Misschien moeten we het er nog eens over hebben, een flashback.

https://afscheidvaneenwens.blogspot.com/2018/05/dat-mooie-lichaam.html

Kinderwens met Omwegen

Kinderwens met Omwegen – Bijna Kerstmis

Ik hou van die gezellige sfeer. De lichtjes in de tuin, de cadeautjes onder de kerstboom, de kaarsjes op tafel. Ik kijk er naar uit om samen met de familie Kerst te vieren.

Dat was zeven jaar geleden wel heel anders. Toen kon ik maar één ding denken: ik moet hier weg! Begin december hadden we een kindje verloren door zwangerschapsverlies, het tweede in evenveel jaar tijd. Het vooruitzicht van Kerstmis en de bijhorende familiefeesten deed me alleen maar huiveren. Ik wilde zo ver mogelijk weg van al die eindejaarsfeesten. Hoe kon ik ook feesten?! Ik liep er enkele dagen mee in m’n maag, maar nadat ik Frank had verteld hoe ik me voelde, beslisten we al snel om er even tussenuit te gaan.

We trokken voor een weekje naar het hoge noorden. Ik omarmde de donkere dagen als een warm deken. De sneeuw dompelde de omgeving onder in een bad van zuivere rust en stilte. Het leek wel of we aan het einde van de wereld waren beland. Precies waar ik wilde zijn, ver weg van feestjes en familie.

Als ik nu terug denk aan die periode voel ik nog steeds de pijn, het verdriet en de eenzaamheid. Want er is niemand die je helemaal kan begrijpen. Het was ook de periode dat ik voor het eerst begon te twijfelen of ik ooit wel mama zou worden. Een idee dat zo pijnlijk was dat ik het niet eens volledig kon overdenken. Die gedachte kon ik amper toelaten.Voordien had ik nooit getwijfeld of ik wel mama zou worden.

Het leek zo vanzelfsprekend dat iemand mij op een dag ‘mama’ zou noemen. Een leven zonder kinderen, neen, dat kon ik mij écht niet voorstellen.

Kinderen hadden ook altijd deel uitgemaakt van mijn leven. Toen ik veertien was ging ik wekelijks babysitten, ik was zestien toen mijn zus een kindje kreeg en op m’n tweeëntwintig werd ik voor het eerst meter. Het huisje – tuintje – boompje – kindje verhaal klonk in mijn oren lang niet slecht.

Ik stond er niet bij stil dat het wel eens anders kon lopen dan ik dacht. Bij mijn mama was het allemaal vlot verlopen en ook mijn zus was zonder noemenswaardige problemen zwanger geworden. Kinderen krijgen hoorde gewoon bij het leven zoals opstaan en gaan slapen. In mijn directe omgeving werd er weinig gesproken over moeilijk zwanger worden, hoewel mijn eigen peter een kinderloos huwelijk had. Pas nu besef ik welk verdriet zij moeten gevoeld hebben en hoeveel vragen onbeantwoord bleven.

In tegenstelling tot mijn peter, konden wij wel rekenen op medische en psychologische ondersteuning. Maar ondanks alle goede zorgen, kwamen er toch geen kinderen. Soms ben ik ervan overtuigd, dat als we terug zouden proberen zwanger worden, de kans bestaat dat het wel zou lukken. Gewoon omdat ik nu rust kan vinden in een leven zonder kinderen. Die gedachte joeg me vroeger de stuipen op het lijf. En toch onderneem ik liever niets. Er is niemand die mij de zekerheid kan geven dat het nu wel zal lukken.

Terug proberen zwanger worden zou de deur opnieuw open zetten voor het gevoel van onzekerheid. Onzekerheid over je toekomst, over welke invulling je leven zal krijgen. Want geef toe, een leven met of zonder kinderen, is iets heel anders.

Onzekerheid was voor mij het zwaarst om dragen. Het leek wel alsof mijn leven bleef hangen op die onvervulde kinderwens. Plannen maken voor de toekomst was zo moeilijk.

Bij elke beslissing die we namen, wou ik twee opties open houden. Ik herinner me nog dat we een nieuwe auto nodig hadden. Wat kies je dan? Een kleine stadsauto? Stel je voor dat ik bij de volgende terugplaatsing zwanger zou zijn van een tweeling?! En wie koopt er nu een familie auto voor kinderen die er nog niet zijn? Al denk ik nu: ‘Ach, dan verkoop je die auto weer gewoon…’ Toch?

Mijn kinderwens voorgoed opbergen ging heel geleidelijk aan en in het begin haast ongemerkt. Ik voelde me op een bepaald moment zo slecht, dat ik gewoon even op een soort algemene pauzeknop wilde duwen. Mezelf wat rust wou gunnen, sterker worden, om dan weer door te gaan. ‘Er moet een hond komen’, dacht ik. Nu! Ik hunkerde zo hard naar wat leven in huis… Het pupje zorgde voor afleiding en ontdooide me beetje bij beetje.

In het begin had ik moeite om me aan haar te hechten, bang om opnieuw iets dierbaars te verliezen.

Mijn hart zat op slot. Maar hoe meer ik me open stelde voor haar, hoe beter ik me begon te voelen. Ze was precies wat ik nodig had, een levend wezen die om mijn zorg en aandacht vroeg, die ik mijn liefde en warmte kon geven. Ik gaf me helemaal over aan haar. Intussen is Kyra vijf jaar bij ons en ben ik nog elke dag dankbaar voor wat ze me geeft. Ze vult een leegte op in mijn hart, in ons leven.

Langzaamaan kon ik me op dezelfde manier open stellen voor de kinderen rondom mij: de kinderen van mijn zussen, onze petekindjes, de buurjongens en –meisjes, … Ik liet kinderen opnieuw deel uitmaken van mijn leven. En ik merkte dat mijn eigen gemis daardoor draaglijker werd. Er is een periode geweest dat ik het gehuil van een baby niet eens meer kon verdragen, alsof mijn hart verder open gereten werd met elke schreeuw. Nu vind ik het zalig als er een baby in mijn armen in slaap kan vallen. Dan zie ik de mensen rondom mij soms verbaasd kijken en voel ik mij ongelooflijk trots.

Natuurlijk zijn er nu nog momenten dat ik het moeilijk krijg, dat ik plots overmand wordt door verdriet. Maar gelukkig worden die momenten schaars. Elk jaar gaan we een weekendje weg met enkele vrienden, waaronder ook de ouders van onze petekindjes. Dit jaar viel dat weekend toevallig samen met moederdag. Ik had me vooraf al voorbereid dat het geen gemakkelijke ochtend zou worden. Ik was me aan het klaar maken voor het ontbijt, toen er een briefje onder de deur geschoven werd: ‘Meter Els, niet opstaan, in bed blijven!’ Dus kroop ik braaf, met al mijn kleren aan, terug in bed. Vijf minuten later werd er op de deur geklopt. Ontbijt op bed! Voor mij?! De kindjes hadden hun mama’s een ontbijt op bed gebracht en ze vonden dat ik er ook eentje verdiende ‘omdat het ook wel een beetje Meter-Els-Dag was’. Daar zat ik dan, met vijf kindjes aan mijn bed, die zonder het te beseffen, mij zonet de mooiste moederdag ooit hadden gegeven!

December 2016

Gepubliceerd in het boek van De Verdwaalde Ooievaar: Kinderwens met Omwegen
https://www.webshopdvo.be/eigen-publicaties/kinderwens-met-omwegen

Mijn Verhaal in Libelle

Mijn verhaal in Libelle

Ik was vijftien toen ik ging babysitten bij een gezin in de straat, zestien toen ik tante werd. En toen al kriebelde het. Mama worden leek me fantastisch! Ik leerde Frank kennen toen ik achttien was, en toen ik op mijn zevenentwintig voor het eerst mijn petekind in mijn armen hield, voelde ik: ik ben er klaar voor. Ik wilde een kindje, zo graag.

Na een klein jaar proberen was ik zwanger. Maar al bij de eerste echo bleek dat er iets niet klopte en een paar weken later werd de zwangerschap afgebroken. Toen het nadien ook niet meer vanzelf lukte, schakelden we hulp in.

Er werd niets gevonden, zowel Frank als ik konden gewoon kinderen krijgen. Ze zouden de natuur een handje helpen, de behandeling werd opgestart. En al die tijd was ik overtuigd dat het goed zou komen. We zouden er iets langer op moeten wachten, maar we zouden op een dag ons kindje vasthouden.

Na een paar ICSI-pogingen bleek ik zwanger. Maar opnieuw kreeg ik een miskraam. Na die tweede keer zat ik thuis in de zetel, en ik weet nog dat ik in een flits van een seconde dacht: ‘Wat als het nu nooit lukt?’ om dat gevoel daarna meteen weg te duwen. Dit wilde ik niet weten, dit wilde ik niet denken. Die gedachte was gewoon te pijnlijk. Ons kindje zou er komen.We zijn blijven doorgaan voor onze kinderwens, ook al woog het steeds zwaarder. Maar stoppen is zo moeilijk.

Ik wilde niet achterblijven met het gevoel dat ik niet tot het uiterste was gegaan. Dat ik niet genoeg mijn best had gedaan. Omdat je dan hebt gefaald. Want zo voelt het.

Na de zoveelste mislukte poging lasten we een pauze in. De zomer even een break, daarna zouden we weer proberen. Intussen zouden we ook verhuizen. Ons huis, waar we lang boven hadden gewoond om beneden te verbouwen. Werken die te vaak hadden stilgelegen, omdat ik dacht: ‘Misschien lukt het niet om zwanger te worden door de stress van de verbouwing’. Nu was het eindelijk klaar en zouden we verhuizen naar ons definitieve stekje.

En toen kwam ik de doos tegen… Mijn babydoos, noemde ik ze.

Er zat mijn eerste zwangerschapstest in. Kaartjes met felicitaties toen we zwanger waren. Sokjes van mijn zus voor het babietje. Schoentjes die ik van Frank gekregen had omdat hij zo blij was dat er een kindje in mijn buik groeide. Allemaal stukjes hoop, stukjes verdriet ook. Ik had ze weggestopt, achterin een kast. En nu, met het verhuizen, kwam ze tevoorschijn. Het brak mijn hart. Ik wilde niet naar beneden verhuizen met die doos. Niet weer ergens achterin een kast verstoppen. Ik moest het loslaten, besefte ik. Weggooien kon ik de spulletjes niet, dus heb ik mijn babydoos ‘ontmanteld’.

De sokjes gingen terug naar mijn zus, de schoentjes naar goede vrienden die voor de tweede keer zwanger waren. Alle spulletjes uit de doos heb ik een nieuwe bestemming gegeven. Met de lege doos ben ik de trap afgewandeld naar ons nieuwe plekje. Naar een nieuw leven. Het was tijd om mijn kinderdroom los te laten. En nee, dat ging niet vanzelf. God, wat heb ik een verdriet gehad. Het deed zo verschrikkelijk veel pijn. Maar vanaf dag één wist ik: ik moet hier iets mee doen. Ik moet dit een plek geven, want ik wil niet bitter worden. Ik wil op een dag weer een kindje in mijn armen kunnen houden en daar van genieten.

Ik ben een jaar thuisgebleven van het werk, omdat ik helemaal op was. In het begin zat ik de hele dag in de zetel, las ik, met een doos cleenex naast me. Ik vond troost en erkenning in boeken over rouw, over ongewild kinderloos zijn, over afscheid nemen. Ik ging in therapie. Van alles heb ik geprobeerd. Van klassieke therapie tot danstherapie. En overal heb ik iets opgepikt.

Rouwen is zo persoonlijk, het zijn je eigen puzzelstukjes die je moet zoeken en samenleggen. Stukje per stukje heb ik dat gedaan.

Er kwam een hond, die keer op keer luisterde naar mijn verdriet, keek naar mijn tranen. Een pupje dat zorg nodig had, affectie en aandacht. En heel stilletjesaan, ongemerkt haast, wordt het beter. Tot we op een dag beslisten om terug met anticonceptie te starten. Het klinkt heel tegenstrijdig, maar voor mij was het de afronding van mijn aanvaardingsproces en daarom zo belangrijk. Want het allermoeilijkste aan het hele proces om kinderen te krijgen, vond ik de onzekerheid. Het niet weten en de machteloosheid die daarmee gepaard gaat. Ik kon mijn leven geen nieuwe invulling geven zolang dat sprankeltje hoop nog in de lucht hing. Het maakte me zelfs fier.

Frank en ik hebben het proces sàmen doorgemaakt. Elk op onze eigen manier, soms op ons eigen tempo. Hij was er sneller mee in het reine. Op de moeilijkste momenten heb ik wel eens verzucht: ‘Waarom help je me niet?’. ‘Waarom voel ik me alleen?’ Pas achteraf kon ik zien dat hij me wél heeft geholpen: hij heeft me de tijd en de ruimte gegeven om te helen.

Niemand kon me troosten toen, alleen ikzelf kon het beter maken. En dat heeft hij me laten doen. We zijn er alleen maar hechter door geworden als koppel.

Twee weken geleden werden onze overburen voor het eerst ouders. We gingen er op babybezoek en hield ik hun kindje vast. Met heel mijn hart, met warmte en liefde. Daar was ik zo blij om, zo dankbaar. Want ik ben dan misschien geen mama, er zijn veel kinderen die ik mijn warmte en liefde kan geven. Ons leven is niet zoals ik me had voorgesteld, maar het is daarom niet minder mooi. Deze week besefte ik weer eens: het is goedgekomen. Toen we begonnen met de behandelingen hield ik me vast aan die gedachte: ‘Het komt goed’. En zo is het gegaan. Niet op de manier die ik in gedachten had, niet met een baby aan het einde van de rit. Maar het is goedgekomen. Ik ben gelukkig.”

Artikel: Frauke Joossen.
Gepubliceerd in Libelle 2016 – nr.42

SaveSave